Eiser is eigenaar van een voormalig kerkgebouw dat hij betwist tegen de vastgestelde WOZ-waarden voor de jaren 2016 tot en met 2019. Hij voert aan dat de objectafbakening onjuist is en dat de kerkenvrijstelling van toepassing moet zijn omdat het pand hoofdzakelijk voor de openbare eredienst wordt gebruikt.
De rechtbank oordeelt dat het object onjuist is afgebakend door de heffingsambtenaar, met name dat de opslagruimte niet tot het WOZ-object behoort. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar in het gebruik van het eigen verkoopcijfer van €450.000 als waardepeildatumwaarde, met 0% indexatie voor de jaren 2016-2018. Voor 2019 is het verkoopcijfer niet bruikbaar, maar ontbreekt een alternatief.
De rechtbank wijst de kerkenvrijstelling af omdat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat het pand voor ten minste 70% voor de openbare eredienst wordt gebruikt. De feitelijke situatie is gewijzigd doordat het pand ook aan derden wordt verhuurd. De rechtbank verklaart het beroep gegrond voor 2016 en 2017 en stelt de WOZ-waarde voor die jaren vast op €450.000, vernietigt de bestreden uitspraak voor die jaren en verklaart het beroep voor 2018 en 2019 ongegrond.