Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 september 2021 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
- Fiat 500 ( [kenteken] ) van 15 maart 2016 tot 30 januari 2017;
- VW Polo ( [kenteken] ) van 16 februari 2017 tot 17 november 2017 en van 4 december 2017 tot 24 april 2018);
- Mercedes B 180 ( [kenteken] ) van 16 november 2017 tot 4 december 2017 en van 8 maart 2018 tot 24 april 2018;
- Audi A1 ( [kenteken] ) van 11 maart 2019 tot 16 april 2019;
- Mercedes A 200 ( [kenteken] ) vanaf 23 april 2018;
- Renault Clio ( [kenteken] ) vanaf 13 april 2019.
- De roze Fiat was niet van mij, maar van een vriend. Hij vroeg mij om de auto op mijn naam te zetten. Ik mocht af en toe in de auto rijden. Ik betaalde de vaste lasten maar die zou de vriend terugbetalen;
- De witte Volkswagen Polo was van mij. Ik heb er € 4.500,- voor betaald. Ik had geld gekregen van de gemeente omdat mijn uitkering onterecht gestopt werd;
- De zwarte Mercedes heb ik voor € 4.000,- gekocht. U zegt dat hij voor € 12.950,- te koop stond, maar ik heb er € 4.000,- voor betaald. Dat geld had ik geleend van een vriendin.
- De rode Audi was van een vriendin van mij, [naam] . Ze vroeg of ik hem op mijn naam wilde zetten. Ik betaalde de vaste lasten, zij heeft dat nog niet terugbetaald.
- De rode Mercedes is van mij. Deze is in beslag genomen toen ik hem uitgeleend had. Ik had er € 4.500,- voor betaald. Ik heb de zwarte Mercedes ingeruild met extra banden en velgen t.w.v. € 1.250,-. Ook heb ik nog € 500,- bijbetaald. De auto was niet helemaal goed, er was iets met de automaatbak;
- De Renault Clio heb ik voor € 400,- gekocht van mijn spaargeld.
Verder stelt eiseres dat zij in 2016 niet boven de vermogensgrens uit kwam, dat zij heeft aangetoond dat zij in 2017 € 4.500,- heeft betaald voor de VW Polo en voor de Mercedes B € 4.000,- Verweerder kan dezelfde auto niet twee keer betrekken op de grond dat deze auto’s (Polo en Mercedes) opnieuw op naam van eiseres stonden. Voor de Mercedes A is uiteindelijk nog maar € 500,- extra betaald. Het is niet juist om voor alle maanden waarin zij een auto op haar naam had staan de volledige uitkering in te trekken. Verweerder had rekening moeten houden met de psychische toestand van eiseres. De vele procedures breken haar op. Ze heeft de inlichtingenplicht niet geschonden of het kan haar in ieder geval niet worden aangerekend. Verweerder had moeten berekenen hoeveel vermogen ze mocht hebben, hoeveel ze daadwerkelijk voor de auto’s heeft betaald en mocht niet twee keer dezelfde auto betrekken bij naar vermogen. Als bezwaargronden tegen de boete heeft eiseres verwezen naar de bezwaargronden tegen de terugvordering en verder aangevoerd dat zij niet de gelegenheid heeft gehad te reageren op het voornemen tot het opleggen van een boete. Eiseres werkt bij WeenerXL en verdient daar € 730,-. Verweerder heeft geen rekening gehouden met de maximale aflossingsperiode en de draagkracht.
- Eiseres heeft aantoonbaar € 20.750 contant betaald bij aanschaf van verschillende auto’s ( [kenteken] : € 6.250,-; [kenteken] : € 2.000,-; [kenteken] : € 6.500,-; [kenteken] : € 6.000,-);
- Eiseres heeft op eigen aangeven nog eens over € 5.650,- aan niet verifieerbare contante gelden beschikt ( [kenteken] € 400,-; [kenteken] tweede aanschaf € 4.000,- en € 1.250,- aan banden en velgen;
- Eiseres heeft beschikt over een onbekende hoeveelheid middelen die zij heeft ontvangen bij de verkoop van de auto’s met de kentekens [kenteken] , [kenteken] en [kenteken] ;
- De hoogte van de contante bijbetaling bij de aanschaf van de auto met kenteken [kenteken] en de herkomst en waarde van de daar op ingeruilde VW blijven tot op heden onbekend;
- Het bedrag en de wijze van verkrijging bij de tweede tenaamstelling van de auto met kenteken [kenteken] zijn tot op heden onbekend.
€ 10.000,- om de auto’s te kunnen financieren. Gelet hierop concludeert verweerder dat het recht op bijstand van eiser gedurende de gehele periode in geding niet is vast te stellen. Het beschikken over dergelijke contante bedragen en de wijze van besteding zijn, met name met het oog op de onbekende herkomst en onduidelijke omvang ervan, niet verenigbaar met bijstandbehoeftigheid. Tegen de terugvordering zijn in bezwaar geen zelfstandige gronden aangevoerd, zodat verweerder deze onbesproken laat.
Daarnaast stelt eiseres dat, indien de intrekking terecht zou zijn, dit alleen voor de periode moet gelden dat zij daadwerkelijk een auto op haar naam had staan die het vrij te stellen vermogen overschrijdt. Het is (aantoonbaar) onjuist dat eiseres met meer dan € 20.000,- aan contanten auto’s heeft betaald. Een aantal auto’s heeft zij niet zelf betaald, maar zijn alleen op haar naam gezet. Dit is ook te zien aan de periode dat de auto’s op haar naam stonden. De auto die ze wel zelf heeft betaald, met € 4.000,- aan geleend geld, is de Mercedes B. Een leenovereenkomst is overgelegd, maar verweerder kijkt daar niet naar. Ten aanzien van de andere Mercedes heeft eiseres duidelijk aangegeven dat ze de Mercedes B heeft ingeruild en uiteindelijk € 500,- heeft moeten bijbetalen, waarvan bewijs is overgelegd. De Vw Polo heeft zij gekocht voor € 4.500,-.
Het is niet juist dat eiseres ook nog heeft beschikt over een onbekende hoeveelheid middelen door de verkoop van de auto’s. Eiseres heeft deze auto’s niet verkocht en al helemaal geen geld hiervoor ontvangen. Verweerder onderbouwt dit ook niet verder. Verweerder stelt zelf ook dat de bijbetaling bij de aanschaf van de auto met kenteken [kenteken] en de herkomst en waarde van de ingeruilde Golf onbekend zijn. Het is niet aan eiseres om een nauwkeurige berekening te maken maar aan verweerder – die een belastend besluit neemt – om inzichtelijk te maken waarom en gebaseerd waarop hij terugvordert in verhouding tot welke periode. Overigens heeft eiseres wel een aantal bonnetjes overgelegd waarmee zij een begin van bewijs heeft geleverd van hoeveel de auto’s waard zijn. Zij komen vrijwel geen van alle boven de € 4.500,- uit. Volgens eiseres is het recht op bijstand dus wel vast te stellen.
Als eiseres alles zou hebben gemeld, zou er maar voor een beperkte periode geen recht op bijstand bestaan, maar zeker niet voor 3 jaar en 3 maanden. De terugvordering beloopt de periode tot 30 juni 2019, terwijl de laatste dag dat een auto op eiseres’ naam stond 16 april 2019 is. Verweerder heeft niet gemotiveerd waarom de terugvordering tot 30 juni 2019 loopt.