ECLI:NL:RBOBR:2022:1108
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde woning op basis van vergelijkingsmethode met indexering
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, gelegen aan een rondweg in Eindhoven, vastgesteld op €178.000 per 1 januari 2019. Hij stelt een lagere waarde van €160.000 voor en voert aan dat de vergelijkingsobjecten onjuist zijn gewaardeerd, met name vanwege verschillen in ligging en kwaliteit van renovaties.
De heffingsambtenaar heeft de waarde onderbouwd met een taxatierapport waarin drie vergelijkingsobjecten zijn opgenomen, allen hoekwoningen in dezelfde wijk en met recente verkoopdata. De rechtbank stelt vast dat de verschillen in bouwjaar, inhoud, onderhoud en ligging voldoende zijn gecorrigeerd in de waardematrix en dat de toegepaste indexering inzichtelijk is gemaakt.
Hoewel eiser terecht opmerkt dat een vergelijkingsobject dichter bij het centrum ligt, is het prijsverschil beperkt en leidt dit niet tot een te hoge waardering. Ook de grondstaffel en de correcties voor kwaliteit en onderhoud zijn volgens de rechtbank adequaat toegepast. Eiser heeft onvoldoende toetsbare gegevens aangeleverd om de vastgestelde waarde te verlagen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de WOZ-waarde van €178.000. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de WOZ-waarde van €178.000.