Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 mei 2022 in de zaken tussen
[eiseres] BV, te [plaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van de gemeente Heusden, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
-keuzes. Verweerder heeft relatief kort voor de zittingsdatum een verweerschrift ingediend. Weliswaar heeft verweerder rekening gehouden met de 10-dagen termijn, maar het tijdstip van indienen stelt zowel eiseres als de rechtbank voor de uitdaging om in korte tijd een grote hoeveelheid relevante informatie tot zich te nemen. In WOZ- zaken komt menige verweerder helaas pas op de valreep met een onderbouwing van de door hem verdedigde waarde. Dat is ook in deze zaak gebeurd. Daar komt in dit geval nog bij dat tot de uiterst laat door verweerder ingediende stukken een taxatie met datum 19 april 2021 behoort. Onduidelijk is gebleven waarom dit stuk niet eerder kon worden ingediend. Met zijn procesgedrag maakt verweerder het eiseres uiterst moeilijk om adequaat op (de onderbouwing van) zijn uiteindelijke waardestandpunt te reageren. Daar heeft de rechtbank eiseres alsnog toe in de gelegenheid moeten stellen. Deze gang van zaken bevordert niet een grondige, efficiënte en vlotte behandeling van de zaken.
- een onderbouwing van de door hem bij de bepaling van de KF gebruikte verkoopprijzen van de vergelijkingsobjecten (koopreferenties) met de desbetreffende koopovereenkomsten of, als verweerder niet over deze verkoopovereenkomsten beschikt, andere bewijsstukken waaruit blijkt wanneer, tussen welke partijen en onder welke voorwaarden de verkoopprijzen zijn overeengekomen;
- een onderbouwing met marktgegevens van de door hem bij de bepaling van de KF aan de vergelijkingsobjecten (koopreferenties) toegekende kwalificaties (in het taxatierapport van verweerder ‘indicatoren’ genoemd) voor kwaliteit/luxe, onderhoud, uitstraling, doelmatigheid en voorzieningen en van het door hem bij de bepaling van de KF aan deze indicatoren toegekende gewicht. Indien een onderbouwing met marktgegevens van de indicatoren en het daaraan toegekend gewicht niet mogelijk is, verzoekt de rechtbank verweerder om op andere wijze de gegevens en aannames aannemelijk te maken waarop de indicatoren en het daaraan toegekende gewicht berusten;
- een onderbouwing van de door hem bij de bepaling van de KF gebruikte getaxeerde huurwaarden van de vergelijkingsobjecten (koopreferenties) met huurovereenkomsten en/of andere bewijsstukken die inzichtelijk en controleerbaar maken op welke huurprijzen van met de vergelijkingsobjecten (koopreferenties) vergelijkbare panden de getaxeerde huurwaarden van de vergelijkingsobjecten (koopreferenties) berusten;
- een onderbouwing met marktgegevens van de wijze waarop hij bij de bepaling van de KF rekening heeft gehouden met de ontwikkeling van verkoop- en huurprijzen op de markt tussen de data van de koop- en huurovereenkomsten en de waardepeildatum of vice versa (tussentijdse waardeontwikkeling). Ter voorkoming van misverstand wijst de rechtbank erop dat het wat betreft de huurovereenkomsten gaat om de data van de oorspronkelijke huurovereenkomsten en de daarin overeengekomen huren. Indien verweerder bij de bepaling van de KF geen rekening heeft gehouden met de tussentijdse waardeontwikkeling verzoekt de rechtbank verweerder om daarvoor een verklaring te geven.
€ 222.000 = 13,44.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraken op bezwaar;
- vermindert de waarde van het bedrijfsobject [adres] per waardepeildatum
- vermindert de waarde van het bedrijfsobject [adres] per waardepeildatum
- vermindert de daarop gebaseerde aanslagen OZB dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de uitspraken op bezwaar;
- bepaalt dat verweerder aan eiseres het betaalde griffierecht van tweemaal € 354 (totaal:
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.700,50