Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 februari 2022 in de zaak tussen
[eiser] , te [vestigingsplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant,
Procesverloop
Overwegingen
(€ 5.539.000), zoals opgenomen in het taxatierapport dat op 16 juli 2021 is opgesteld door taxateur [naam] (en [naam] ).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- stelt de waarde van de onroerende zaak per waardepeildatum 1 januari 2019, voor het kalenderjaar 2020, vast op € 4.950.000 en vermindert de voor de onroerende zaak opgelegde aanslag onroerende-zaakbelastingen gebruiker overeenkomstig deze waarde;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 360 aan eiseres te vergoeden;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.620;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
mr. F.M.S Requisizione en mr. M. de Vries, leden, in aanwezigheid van
E.H.J.M.T. van der Steen, griffier. De uitspraak is in het openbaar geschied op
10 februari 2022.