Uitspraak
uitspraak van de meervoudige kamer van 24 november 2022 in de zaak tussen
Stichting Brabantse Milieufederatie, uit Tilburg, eiseres
DOVO B.V., te Esbeek, vergunninghoudster (gemachtigde: [gemachtigde 2] ).
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiseres verzocht het college om gedeeltelijke intrekking van een natuurvergunning uit 2016 voor een niet-gerealiseerde stal bij een varkenshouderij in Esbeek, vanwege het ontbreken van passende maatregelen tegen verslechtering van het nabijgelegen Natura 2000-gebied Kempenland West.
Het college wees het verzoek af, stellende dat voldoende passende maatregelen (landelijke en provinciale) worden genomen, waaronder het Brabantse maatregelenpakket en de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV). De rechtbank oordeelt echter dat het college onvoldoende duidelijkheid heeft gegeven over het tijdpad, de effectiviteit en de concrete invulling van deze maatregelen.
De rechtbank constateert dat artikel 5.4, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb) geen ruimte laat voor belangenafwegingen ten gunste van vergunninghoudster. Het college moet motiveren welke maatregelen worden getroffen, wanneer en met welk effect.
De rechtbank heeft twijfels over de effectiviteit van de stalmaatregelen en het landelijke maatregelenpakket, mede vanwege onzekerheden, het vrijwillige karakter van opkoopregelingen en het ontbreken van monitoring.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit en draagt het college op binnen 12 weken een nieuw besluit te nemen met betere motivering. Tevens wordt het griffierecht en proceskosten aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 21 december 2021 wordt vernietigd; het college moet binnen 12 weken een nieuw besluit nemen met betere motivering.