Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
SABIC Innovative Plastics B.V.(SABIC), uit Bergen op Zoom, (gemachtigde mr. J.A.M. van der Velden).
1.BVI is afzonderlijk project
2.Intern salderen
Hieraan moet nog worden toegevoegd dat ook wanneer voor een project een vergunning is verleend voordat de beschermingsregeling van de habitatrichtlijn toepasselijk werd op het betrokken gebied en dus voor een dergelijk project de voorschriften inzake de procedure voor voorafgaande beoordeling volgens artikel 6, lid 3, van deze richtlijn niet gelden, de uitvoering van dat project toch onder artikel 6, lid 2, van deze richtlijn valt. Meer specifiek is een activiteit slechts in overeenstemming met artikel 6, lid 2, van de habitatrichtlijn indien is gegarandeerd dat zij niet leidt tot een verstoring die significante gevolgen kan hebben voor de doelstellingen van deze richtlijn, met name de daarmee nagestreefde instandhoudingsdoelstellingen. De omstandigheid dat een activiteit in een beschermd gebied waarschijnlijk zal resulteren in significante verstoringen, of dat het risico bestaat dat dit het geval zal zijn, kan reeds schending opleveren van dat artikel (zie in die zin arrest van 14 januari 2016, Grüne Liga Sachsen e.a., C‑399/14, EU:C:2016:10, punten 33, 41 en 42 en aldaar aangehaalde rechtspraak)”. Volgens de rechtbank is het ongeremd intern salderen met in het verleden vergunde rechten dan ook niet in overeenstemming met artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn. De rechtbank heeft in de uitspraak van 21 januari 2022 [6] het volgende stappenplan gegeven:
- In de natuurvergunning uit 2016 is de stikstofemissieruimte verkeerd bepaald.
- Als SABIC de natuurvergunning uit 2016 volledig wil gaan gebruiken, heeft zij een nieuwe omgevingsvergunning nodig.
- De gevolgen van de stikstofdepositie vanwege SABIC voor de omliggende Natura 2000-gebieden zijn nooit onderzocht.
- Het college heeft meerdere mogelijkheden en voldoende aanleiding om de ‘bestaande rechten’ van SABIC in te perken tot de feitelijke emissies van SABIC.
- Het college kan dit niet rechtbreien met een verwijzing naar haar stikstofmaatregelen in de BOS omdat die niet effectief zijn en omdat het onlogisch is dat anderen maatregelen moeten treffen en SABIC niet.
4.Coördinatie natuurvergunning met de verleende omgevingsvergunning.
mr. R.H.W. Frins leden, in aanwezigheid van mr.A.F. Hooghuis, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 15 februari 2023