De rechtbank Oost-Brabant behandelde een zaak over een zorgmachtiging verleend op 26 juli 2021, die door de Hoge Raad op 21 januari 2022 werd vernietigd wegens het ontbreken van een handtekening onder de medische verklaring. De zaak werd terugverwezen voor verdere behandeling. Tijdens de zitting op 7 februari 2022 werd vastgesteld dat betrokkene geen actuele medische verklaring heeft en momenteel geen verplichte zorg ontvangt.
De officier van justitie stelde dat de toets ex tunc moet plaatsvinden, waarbij gekeken wordt of de machtiging destijds verleend zou zijn als de medische verklaring wel ondertekend was. De advocaat van betrokkene betoogde dat de toets ex nunc moet plaatsvinden, op basis van de actuele situatie, en dat het verzoek daarom moet worden afgewezen wegens het ontbreken van een recente medische verklaring.
De rechtbank oordeelde dat de toets ex nunc geldt, conform de jurisprudentie van de Hoge Raad, en dat zonder actuele medische verklaring geen zorgmachtiging kan worden verleend. Omdat er geen nieuwe medische verklaring is en betrokkene geen verplichte zorg ondergaat, wees de rechtbank het verzoek van de officier van justitie af.