Eiser heeft beroep ingesteld tegen uitspraken op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake aanslagen watersysteemheffing gebouwd, afvalstoffenheffing en rioolbelasting voor meerdere onroerende zaken. De rechtbank beoordeelt of de aanslagen terecht zijn gehandhaafd en of de heffingsambtenaar terecht van het horen is afgezien.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar tegen de watersysteemheffing gebouwd kennelijk ongegrond is, omdat eiser onvoldoende feiten heeft gesteld om de overschrijding van de opbrengstlimiet aannemelijk te maken. De benodigde gegevens zijn immers online beschikbaar en eiser is niet meer afhankelijk van informatieverstrekking door de heffingsambtenaar. Ook het bezwaar tegen de afvalstoffenheffing en rioolbelasting is ongegrond.
Verder is geoordeeld dat het niet wijzen op inzage van stukken in de uitnodiging voor de hoorzitting geen nadeel voor eiser oplevert, mede omdat eiser werd vertegenwoordigd door een professionele gemachtigde. Het ter zitting voor het eerst aanvoeren van bezwaren tegen een dwangsombeschikking is in strijd met de goede procesorde. Het verzoek om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn wordt afgewezen omdat de termijn niet is overschreden.
De beroepen worden ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.