ECLI:NL:RBOBR:2023:1517
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen digitale bekendmaking ZW-uitkering UWV
Eiser maakte bezwaar tegen de verlaging van zijn ZW-uitkering door het UWV, maar dit bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat was ingediend. Eiser betwistte de digitale bekendmaking van het besluit via 'mijnuwv' en stelde dat de bezwaartermijn pas begon toen hij het besluit daadwerkelijk onder ogen kreeg op 5 juli 2022.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit op de beslissingsdatum digitaal toegankelijk heeft gemaakt en dat eiser het vermoeden van tijdige bekendmaking niet heeft ontzenuwd. Jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) bevestigde dat het UWV op grond van de Wet Suwi en beleidsregels digitaal mag communiceren, ook zonder expliciete toestemming van de burger.
Hoewel eiser stelde dat hij geen notificatie had ontvangen en niet wist van de digitale plaatsing, had hij volgens de rechtbank voldoende gelegenheid om kennis te nemen van het besluit via 'mijnuwv', mede omdat hij eerder contact had gehad met het UWV en wist van een wijziging in zijn uitkering. De termijn voor bezwaar begon daarom op 21 mei 2022 en het bezwaar van 5 juli 2022 was te laat.
De rechtbank concludeerde dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is, verklaarde het beroep ongegrond en liet het bestreden besluit in stand. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep van eiser is ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de verlaging van de ZW-uitkering is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens termijnoverschrijding.