Appellante kreeg een WW-uitkering toegekend per 23 maart 2020. Het UWV beëindigde deze uitkering per 1 februari 2021 omdat appellante aangaf in het buitenland te verblijven. Appellante maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens vroeg zij op 2 juni 2021 herleving van haar WW-uitkering aan. Het UWV vroeg nadere stukken op, die niet werden verstrekt, waarna het UWV op 22 juni 2021 besloot de aanvraag niet in behandeling te nemen. Appellante maakte op 17 augustus 2021 bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het besluit rechtsgeldig bekend was gemaakt via de berichtenbox van Mijn UWV op 22 juni 2021, waarna de bezwaartermijn tot 3 augustus 2021 liep. Appellante was op de hoogte van het digitale kanaal, onder meer door advies van haar gemachtigde en eerdere communicatie. In hoger beroep voerde appellante aan dat zonder e-mailnotificatie het besluit niet rechtsgeldig bekend was gemaakt, maar de Raad verwierp dit omdat het UWV haar had gewezen op digitale communicatie en zij de berichtenbox had kunnen raadplegen.
De Raad stelde vast dat appellante tussen 22 juni en 3 augustus 2021 negen keer had ingelogd bij Mijn UWV en het besluit had kunnen zien. De termijnoverschrijding was daardoor niet verschoonbaar. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.