Eiser ontving op 16 mei 2022 een Ziektewet-uitkering (ZW) van het UWV, maar was het niet eens met het besluit en diende op 5 juli 2022 een bezwaarschrift in. Het UWV verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat het te laat was ingediend. Eiser betoogde dat hij pas op 5 juli kennis had genomen van het besluit, omdat het digitaal in "mijnuwv" was geplaatst zonder dat hij een notificatie ontving of toestemming gaf voor elektronische communicatie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV het besluit rechtsgeldig digitaal bekend mocht maken op grond van artikel 32e Wet Suwi en de Beleidsregel elektronisch communicatie UWV, ook zonder expliciete toestemming van eiser. De bezwaartermijn begon daarom op 17 mei 2022 te lopen, de dag na plaatsing in "mijnuwv".
Eiser kon het vermoeden dat hij het besluit op die datum had kunnen inzien niet ontzenuwen. Verder was het niet aannemelijk dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was, omdat eiser op de hoogte was van wijzigingen in zijn uitkering en de digitale procedure kende. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, handhaafde de niet-ontvankelijkverklaring en wees terugbetaling van griffierecht en proceskosten af.