De werknemer is sinds 2011 volledig arbeidsongeschikt en heeft een slapend dienstverband bij de werkgever, een glaszetters- en schildersbedrijf. Hij verzoekt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met toekenning van een transitievergoeding. De werkgever weigert mee te werken aan beëindiging en stelt geen compensatieregeling te kunnen toepassen.
De kantonrechter oordeelt dat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst toewijsbaar is, maar dat de transitievergoeding niet toegekend kan worden omdat er geen sprake is van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever. Wel is de werkgever tekortgeschoten door niet mee te werken aan beëindiging ondanks de mogelijkheid tot compensatie volgens recente jurisprudentie.
Daarom wordt de werkgever veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding gelijk aan het netto-equivalent van de transitievergoeding, berekend over een fictieve diensttijd. De proceskosten worden aan de werkgever opgelegd. De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 mei 2023, tenzij de werknemer het verzoek intrekt.