ECLI:NL:RBOBR:2023:5305
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen aanslag toeristenbelasting voor verblijfhouders op recreatiepark
Eiseres, verhuurder van bungalows op een recreatiepark, maakte bezwaar tegen een aanslag toeristenbelasting over 30.792 overnachtingen in 2021. Zij stelde dat circa 10.000 overnachtingen terecht waren, maar dat de overige verblijfhouders feitelijk op het park woonden en onterecht als toeristen werden belast. Volgens eiseres had het college van burgemeester en wethouders de verblijfhouders moeten inschrijven in de Basisregistratie Personen (BRP), waardoor geen toeristenbelasting verschuldigd zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat het belastbare feit zich voordeed omdat de verblijfhouders niet als ingezetene in de BRP van de gemeente stonden ingeschreven. De heffingsambtenaar mag bij de heffing uitgaan van de BRP-gegevens en het college is niet relevant voor de heffing, ook niet als het college verplicht was verblijfhouders in te schrijven. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de wet toeristenbelasting alleen heft over niet-ingeschreven verblijfhouders, ongeacht of zij feitelijk wonen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees teruggaaf van griffierecht af en kende geen proceskostenvergoeding toe. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 9 november 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag toeristenbelasting 2021 wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.