Belanghebbende, verhuurder van woonruimte op een recreatiepark, maakte bezwaar tegen een aanslag toeristenbelasting over 2021, opgelegd door de gemeente Reusel-De Mierden. De aanslag was gebaseerd op 30.792 overnachtingen, zoals door belanghebbende zelf opgegeven in de aangifte. Belanghebbende stelde dat een deel van de overnachtingen betrekking had op personen die als ingezetene in de basisregistratie personen (BRP) hadden moeten worden ingeschreven, waardoor het belastbare aantal overnachtingen lager zou zijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna belanghebbende hoger beroep instelde bij het hof. Tijdens de zitting werd bevestigd dat de heffingsambtenaar mocht uitgaan van de juistheid van de BRP en dat inschrijving met terugwerkende kracht niet mogelijk is. Belanghebbende had niet tijdig het college geïnformeerd over de personen die zich hadden moeten inschrijven, waardoor de aanslag terecht is gebaseerd op het opgegeven aantal overnachtingen.
Het hof oordeelde dat het beroep ongegrond is en bevestigde de aanslag van €49.267,20. Tevens werd geoordeeld dat de aanslag niet in strijd is met het recht op eigendom, het discriminatieverbod of het verbod op willekeur. Er werd geen vergoeding van griffierecht of proceskosten toegewezen.