ECLI:NL:RBOBR:2023:5306
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaande woning met vergelijkingsobjecten en onderbouwing gebreken
Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning aan de hand van een lagere waarde en andere vergelijkingsobjecten. De heffingsambtenaar onderbouwt de waarde met een taxatie en drie vergelijkingsobjecten, waarbij correctiefactoren voor verschillen zijn toegepast.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar niet verplicht is de door eiser aangedragen vergelijkingsobjecten over te nemen, zeker omdat eiser niet inzichtelijk maakte wat hij daarmee wilde aantonen. Ook is onvoldoende gebleken van de door eiser gestelde gebreken aan de woning, omdat hij deze niet met foto’s heeft onderbouwd ondanks verzoeken daartoe.
De rechtbank volgt de toelichting van de taxateur omtrent correctiefactoren en acht de indexering van de waarde voldoende onderbouwd. De door eiser voorgestelde lagere waarde wordt niet ondersteund met toetsbare gegevens, zodat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €386.000 wordt ongegrond verklaard.