Uitspraak
1.1. SHE 22/2465:
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1] ,uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
[eisers 1], uit [woonplaats] ,
2.SHE 22/2471:
Raedthuys WP Galder B.V.uit [vestigingsplaats] ,
dat bestaat uit drie windturbines bij het knooppunt Galder (de omgevingsvergunning).
(de bestreden besluiten).
(het rapport) en een notitie van adviesbureau Bosch & van Rijn van 8 februari 2024 (de notitie). Het college concludeert in de aanvullende motivering dat hij geen aanleiding ziet om terug te komen op de afwijzingen van de verzoeken van eisers.
.Eerst zal de rechtbank uitleggen hoe zij tot haar oordeel komt.
De rechtbank zal hierna nagaan of het college het geconstateerde gebrek heeft hersteld. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat het college het geconstateerde gebrek kan herstellen door onderzoek te doen naar de geluidhinder die de drie windturbines veroorzaken op dagen dat de wieken van de windturbines korte tijd door harde wind intensief draaien. Daarbij heeft zij de volgende aanwijzingen gegeven voor het onderzoek:
- Het college moet het omgevingsgeluid L95 ter hoogte van de woning van eiser [eiser] vaststellen op de gebruikelijke wijze (met inachtneming van de 'Richtlijnen voor karakterisering en meting van het omgevingsgeluid, IL-HR-15-01' (Ministerie VROM, april 1981).
- Het college moet de geluidsbelasting op de woning van eiser [eiser] gedurende een langere periode van minimaal één maand doorlopend meten.
- Het college dient bij het herstel van het gebrek de resultaten van het onderzoek te betrekken en te beoordelen of het hierin aanleiding ziet om de omgevingsvergunning in te trekken vanwege ontoelaatbare geluidhinder.”
Het rapport geeft een verslag van het onderzoek dat de Omgevingsdienst heeft uitgevoerd als gevolg van de tussenuitspraak.
In het rapport staat dat in de periode van 4 december 2023 tot en met 10 januari 2024 doorlopend geluidmetingen zijn verricht op de woning aan de [adres] te [woonplaats] (de woning). De metingen zijn uitgevoerd conform de “Richtlijnen voor karakterisering en meting van het omgevingsgeluid, IL-HR-15-01” (Ministerie VROM, april 1981).
- de meetresultaten van de nulmeting uit 2018 hoeven niet hetzelfde te zijn als het referentieniveau op dit moment. Dit is bijvoorbeeld mede afhankelijk van de toename (of afname) van de verkeersintensiteit in de afgelopen jaren en die is niet hetzelfde gebleven;
- als het referentieniveau van het omgevingsgeluid inmiddels ten opzichte van de nulmeting is toegenomen, is daarmee nog niet duidelijk welke bron (windturbines of wegverkeer) daaraan heeft bijgedragen en in welke mate een van deze bronnen aan de toename heeft bijgedragen;
- de nulmeting is niet uitgevoerd ter plaatse van de woning en de windturbines - die zijn gelegen in de “oksel” van de A58/A16 – ten noorden van de A58 maar op een locatie ten zuiden van de A58.
De gronden die eisers daarover hebben aangedragen, bespreekt de rechtbank daarom niet.
De vergoeding wordt berekend aan de hand van het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De proceskosten waarin het college wordt veroordeeld, bestaan uit de rechtsbijstand door een gemachtigde en zijn als volgt opgebouwd:
- 1 punt voor het indienen van het beroepschrift,
- 1 punt voor het bijwonen van de zitting, en
- 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na een bestuurlijke lus,
met een waarde per punt van € 875,- bij een wegingsfactor 1.
Het bedrag aan proceskosten dat het college in totaal aan eisers 1 moet voldoen, bedraagt daarmee € 2.187,50. Een gelijk bedrag moet het college betalen aan eisers 2.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 september 2024.