Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 10 april 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Samenvatting
Procesverloop
Feiten en omstandigheden
.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Oost-Brabant
Eiser diende een aanvraag in voor vergoeding van pensioenschade die hij meent te hebben geleden door onjuiste of onvolledige informatie van zijn voormalige werkgever. Hij stelt dat zijn pensioen onjuist is berekend sinds 1985, mede doordat hij niet geïnformeerd werd over de mogelijkheid van een pensioenknip na invoering van de Wet privatisering ABP in 1996.
De rechtbank oordeelt dat zij bevoegd is om van de zaak kennis te nemen en dat het procesrecht van vóór 1 juli 2013 van toepassing is, omdat de schadeveroorzakende handeling voor die datum plaatsvond. De rechtbank stelt vast dat de aanspraak van eiser op schadevergoeding verjaard is, omdat de schadeveroorzakende gebeurtenis op zijn laatst in 1996 plaatsvond en eiser zijn aanvraag pas in 2024 indiende.
Het beroep op verjaring door het college is niet onaanvaardbaar naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. De rechtbank gaat niet mee in het betoog van eiser dat hij niet tijdig geïnformeerd was door het ABP, en concludeert dat eiser de WPA-beschikking waarschijnlijk wel heeft ontvangen. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt eiser niet tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanvraag tot vergoeding van pensioenschade wordt afgewezen wegens verjaring.