Verzoeker, eigenaar van een horecabedrijf, had een alcoholwetvergunning en een vergunning voor kansspelautomaten. Na meerdere incidenten, waaronder een geweldsincident waarbij verzoeker buitensporig geweld gebruikte onder invloed van alcohol, heeft de burgemeester de vergunningen ingetrokken wegens slecht levensgedrag.
Verzoeker vroeg om een voorlopige voorziening om de intrekking te schorsen gedurende de bezwaarprocedure. De voorzieningenrechter erkende het spoedeisend belang deels, omdat sluiting de bedrijfscontinuïteit bedreigt, maar vond het bezwaar van verzoeker geen redelijke kans van slagen.
De rechter baseerde dit op de bestuurlijke rapportages, getuigenverklaringen en eerdere incidenten waarbij verzoeker escalerend optrad. Verzoekers ontkenning en nieuwe verklaringen werden onvoldoende onderbouwd geacht. De burgemeester mocht het geweld en gedrag van verzoeker meewegen bij de beoordeling van slecht levensgedrag.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de intrekking rechtmatig is en dat de wet geen ruimte laat voor een minder ingrijpende maatregel bij vaststelling van slecht levensgedrag. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waardoor het horecabedrijf gesloten blijft gedurende de bezwaarprocedure.