ECLI:NL:RBOBR:2025:2374
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van mate arbeidsongeschiktheid WIA-uitkering na val met commotio cerebri
Eiseres, voormalig service support medewerker, heeft bezwaar gemaakt tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid door het UWV in het kader van haar WIA-uitkering. Het UWV stelde de mate van arbeidsongeschiktheid vast op 42,54%, later bij bezwaar gewijzigd naar 36,27%. Eiseres betwist deze mate en stelt dat zij volledig arbeidsongeschikt is, onder meer vanwege cognitieve beperkingen die volgens haar niet juist zijn beoordeeld.
De rechtbank heeft het neuropsychologisch onderzoek (NPO) en de medische rapportages van het UWV beoordeeld. Hoewel eiseres een lage score behaalde op het NPO, concludeerde de onafhankelijke neuropsycholoog dat het onderzoek onbetrouwbaar was vanwege aanwijzingen van onderpresteren. De rechtbank hechtte meer waarde aan deze conclusie dan aan de subjectieve klachten van eiseres. Ook is vastgesteld dat eiseres een hersenschudding (commotio cerebri) heeft gehad, maar geen ernstiger hersenletsel.
De rechtbank oordeelt dat het UWV zorgvuldig heeft gehandeld, dat er geen sprake is van wapenongelijkheid, en dat eiseres onvoldoende medisch objectiveerbare informatie heeft aangeleverd om de vastgestelde beperkingen te betwisten. De urenbeperking van 6 uur per dag en 30 uur per week wordt als passend beschouwd. De geselecteerde voorbeeldfuncties zijn passend binnen de functionele mogelijkhedenlijst (FML). Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 36,27% wordt ongegrond verklaard.