ECLI:NL:RBOBR:2025:3327
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde vrijstaande woning in Oirschot
Eiser is eigenaar van een vrijstaande woning in Oirschot en betwist de door de heffingsambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van €551.000 voor het jaar 2024. De heffingsambtenaar baseert de waardering op een taxatierapport waarin de vergelijkingsmethode is toegepast met drie vergelijkingsobjecten in dezelfde plaats.
Eiser stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met de staat van de woning, onder meer met ondermaatse voorzieningen. Hij verwijst naar een door hem ingevulde vragenlijst en enkele foto’s. De rechtbank oordeelt dat eiser met deze algemene verwijzing niet voldoet aan zijn stelplicht en bewijslast. De rechtbank volgt de toelichting van de heffingsambtenaar dat verschillen in voorzieningen adequaat zijn meegenomen met correctiefactoren.
Eiser brengt ook argumenten aan over de vergelijkingsobjecten, maar deze zijn te laat ingebracht en worden buiten beschouwing gelaten. Het door eiser overgelegde taxatierapport met een lagere waarde van €500.000 zaait geen twijfel over de vastgestelde waarde vanwege onduidelijkheden in de onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de WOZ-waarde niet te hoog is vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €551.000 blijft gehandhaafd.