ECLI:NL:RBOBR:2025:3930
Rechtbank Oost-Brabant
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WIA-dagloonberekening bij inkomsten uit bijbaan tijdens studie
Eiseres, die naast haar HBO-opleiding een bijbaan had en later als leerkracht werkte, werd volledig arbeidsongeschikt verklaard en kreeg een WIA-uitkering toegekend. Zij betwistte de hoogte van het door het UWV vastgestelde WIA-dagloon, omdat haar inkomsten uit de bijbaan het dagloon verlaagden. De rechtbank stelde vast dat het dagloon correct was berekend volgens de wettelijke bepalingen en dat de referteperiode van 1 januari 2021 tot en met 31 december 2021 juist was gehanteerd.
Eiseres voerde aan dat de strikte toepassing van het dagloonbesluit onevenredig nadelig voor haar uitpakte en dat zij gelijkgesteld zou moeten worden met starters zoals bedoeld in artikel 18 van Pro het Dagloonbesluit. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat het systeem van het WIA-dagloon inherent rekening houdt met lagere inkomsten in de referteperiode en dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een afwijking rechtvaardigden.
De rechtbank verwees naar eerdere jurisprudentie waarin bijzondere situaties aan de orde waren, maar oordeelde dat deze niet vergelijkbaar waren met de situatie van eiseres. Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en het door het UWV vastgestelde WIA-dagloon blijft ongewijzigd.