Uitspraak
PROCESVERLOOP
,kantoorgenoot van mr. Tas en opvolgend gemachtigde van betrokkene.
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
.
Centrale Raad van Beroep
Betrokkene liep stage bij een bedrijf en ontving een stagevergoeding die door het UWV als sv-loon werd aangemerkt voor de berekening van het WIA-dagloon. De rechtbank oordeelde dat toepassing van artikel 16 van Pro het Dagloonbesluit in dit geval onevenredig nadelige gevolgen had en dat de stagevergoeding niet als loon mocht worden meegeteld, waardoor het dagloon te laag werd vastgesteld.
Het UWV stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak, stellende dat de stagevergoeding terecht als sv-loon is aangemerkt en dat het dagloon correct is berekend volgens de wettelijke bepalingen. Betrokkene stelde incidenteel hoger beroep in, stellende dat de stagevergoeding niet als loon mocht worden beschouwd.
De Raad concludeerde dat de verhouding tussen betrokkene en het bedrijf terecht als fictieve dienstbetrekking is aangemerkt en dat de stagevergoeding als sv-loon geldt. De Raad vond geen bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 16 van Pro het Dagloonbesluit buiten toepassing zouden moeten laten en verwierp het incidenteel hoger beroep van betrokkene. Het hoger beroep van het UWV werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van betrokkene ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het dagloon inclusief stagevergoeding is terecht vastgesteld.