De heffingsambtenaar had de WOZ-waarde van de woning vastgesteld op €573.000 voor het kalenderjaar 2023. Eiser, eigenaar van de woning, voerde aan dat de waarde te hoog was vanwege de slechte staat van onderhoud, gedateerde keuken en badkamer, matig duurzaamheidsniveau en de ligging nabij een vliegbasis en naftaleiding.
De rechtbank stelde de heffingsambtenaar in de gelegenheid om binnen acht weken een verweerschrift en taxatie in te dienen, maar deze werden pas bijna een jaar later en na een voorstel om zonder zitting te beslissen ingediend. De rechtbank liet deze stukken buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde.
Omdat het verweerschrift niet is meegenomen, werd het betoog van eiser als niet weersproken beschouwd. De rechtbank stelde de WOZ-waarde schattenderwijs vast op €559.000, de waarde die eiser in bezwaar had bepleit. Tevens werd de uitspraak op bezwaar vernietigd en proceskostenvergoeding toegekend aan eiser.