Eiser betwist de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning en stelt dat hij ten onrechte niet is gewezen op zijn inzagerecht van de zaakstukken tijdens de bezwaarprocedure. De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarde vastgesteld op €247.000 en deze waarde gehandhaafd in de uitspraak op bezwaar.
De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar inderdaad heeft gefaald door eiser niet te informeren over zijn inzagerecht en door gebruik te maken van iWOZ-kaarten die eiser niet kon inzien. Dit leidt tot vernietiging van de uitspraak op bezwaar wegens een procedureel gebrek.
Desondanks blijft de vastgestelde WOZ-waarde gehandhaafd omdat de heffingsambtenaar aannemelijk heeft gemaakt dat de waarde niet te hoog is. Eiser krijgt een proceskostenvergoeding van €907 en het betaalde griffierecht wordt vergoed, beide vermeerderd met wettelijke rente. De rechtbank wijst op wederzijdse omissies in de procesvoering, waardoor geen aanvullende proceskostenvergoeding wordt toegekend.