ECLI:NL:RBOBR:2025:6377
Rechtbank Oost-Brabant
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaarde beroepen tegen WOZ-waarden en lokale heffingen voor diverse objecten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse aanslagen lokale heffingen, voornamelijk gericht op de WOZ-waarden van meerdere objecten en een perceel in een plaats in Oost-Brabant. De heffingsambtenaar had de WOZ-waarden vastgesteld per 1 januari 2020 en deze waarden waren bevestigd bij uitspraak op bezwaar.
De rechtbank constateert dat de beroepen tegen aanslagen die niet door de WOZ-waarde worden beïnvloed, ongegrond zijn wegens gebrek aan concrete argumenten. De heffingsambtenaar heeft aannemelijk gemaakt dat de WOZ-waarden niet te hoog zijn vastgesteld, onderbouwd met taxatierapporten van een deskundige.
Eiser voert onder meer aan dat er loze beloftes zijn gedaan, vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar zijn en dat de objecten gebreken vertonen zoals rioolresten. Deze stellingen zijn onvoldoende onderbouwd en niet toegelicht, mede doordat eiser niet op de zitting is verschenen. De rechtbank volgt de heffingsambtenaar dat rekening is gehouden met de staat van onderhoud en gebreken.
De rechtbank wijst erop dat eiser zonder bericht van verhindering niet is verschenen op de zitting, ondanks herhaalde oproepen, en spreekt een vermaning uit vanwege het verloren gaan van zittingstijd. De beroepen worden ongegrond verklaard en proceskosten worden niet toegewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden en daarmee samenhangende aanslagen worden ongegrond verklaard.