ECLI:NL:RBOBR:2025:6378
Rechtbank Oost-Brabant
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen WOZ-waarden en lokale heffingen voor diverse objecten
Eiser heeft beroep ingesteld tegen diverse aanslagen lokale heffingen, waaronder de onroerendezaakbelasting (OZB), die gebaseerd zijn op de vastgestelde WOZ-waarden van meerdere objecten en percelen. De rechtbank constateert dat de bezwaren van eiser zich uitsluitend richten op de WOZ-waarden en niet op andere aanslagcomponenten, waardoor de beroepen tegen die overige aanslagen ongegrond worden verklaard.
De heffingsambtenaar heeft de WOZ-waarden vastgesteld op basis van taxaties volgens de vergelijkingsmethode, waarbij rekening is gehouden met bouwjaar, oppervlakte, en onderhoudstoestand van de objecten. Eiser heeft betoogd dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet vergelijkbaar zijn en dat er sprake is van gebreken die de waarde negatief beïnvloeden, maar heeft dit niet concreet onderbouwd. De rechtbank oordeelt dat de heffingsambtenaar voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de waarden niet te hoog zijn vastgesteld.
Verder wijst de rechtbank erop dat eiser zonder bericht van verhindering niet is verschenen op de zitting, ondanks herhaalde oproepen en waarschuwingen over de gereserveerde zittingstijd. Dit heeft geleid tot verlies van zittingstijd die anders aan andere zaken besteed had kunnen worden. De rechtbank vermanst eiser om in de toekomst tijdig af te melden indien hij niet wenst te verschijnen.
De rechtbank bevestigt dat de WOZ-waarden zijn vastgesteld met inachtneming van de staat van onderhoud en de toepasselijke bestemmingsplannen. Het beroep op een lagere waardering wegens problemen met de riolering en bestemmingsprocedures is onvoldoende onderbouwd en faalt. De beroepen worden ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De beroepen tegen de WOZ-waarden en de daarmee samenhangende aanslagen worden ongegrond verklaard.