Uitspraak
RECHTBANK OOST-BRABANT
uitspraak van de meervoudige kamer van 23 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres], uit [vestigingsplaats], eiseres
[naam], uit [vestigingsplaats]
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
- Op 30 oktober 1990 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Valkenswaard (B&W) een revisievergunning verleend op grond van de Hinderwet voor een fokvarkens- en paardenhouderij aan de [adres]. Op 1 maart 2005 is voor deze inrichting een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm). Op 6 augustus 2015 heeft B&W de milieuvergunning voor de inrichting aan de [adres] gedeeltelijk ingetrokken. De inrichting viel tot 1 januari 2024 onder de werking van het op die datum vervallen Activiteitenbesluit milieubeheer. De milieuvergunning is per die datum gelijkgesteld met een omgevingsvergunning beperkte milieutoets als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder i, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).
- Op 22 december 1992 is een milieuvergunning verleend
- Voor beide locaties zijn géén vergunningen op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 of de Wet natuurbescherming verleend.
- In de nabijheid van beide locaties ligt onder meer het Natura 2000-gebied Leenderbos. Dit gebied is gelegen op een afstand van circa 1.000 m ten oosten en circa 400 m ten noordwesten van de percelen aan de [adres]. Het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. De natuurdoelanalyse van 27 januari 2023 voor dit gebied concludeert dat de instandhouding van alle habitats onder druk staat en dat verslechtering niet is uitgesloten.
- Op 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Valkenswaard het bestemmingsplan "[naam]" gewijzigd vastgesteld, mede ten behoeve van de ontwikkeling van een verblijfsaccommodatie aan de [adres]. De in dit besluit vastgestelde bestemming is geschorst door de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) op 17 januari 2024
- Ondertussen heeft eiseres op 10 juni 2024 een nieuwe aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een Natura 2000-activiteit (een natuurvergunning) ten behoeve van een project dat zowel de percelen aan de [adres] als [adres] omvat maar zonder verblijfsaccomodatie. De derde-partij heeft hiertegen beroep ingesteld. Dit beroep is geregistreerd onder zaaknummer SHE 25/223. De derde-partij organiseert al jaren evenementen in het outdoorseizoen. Hiertoe worden sinds 2015 ook paarden tijdelijk gehuisvest in de oude stallen op perceel [adres].
- De derde-partij heeft desgevraagd ter zitting van de voorzieningenrechter aangegeven dat stallen C, D, E en G op het perceel [adres] zijn gebouwd, evenals de tijdelijke stallen S1 en S2 en dat in de voormalige varkensstallen op de [adres] alleen tijdens evenementen paarden worden gehouden (dus niet jaarrond).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Uitgesproken in het openbaar op 23 december 2025.
Informatie over hoger beroep
Bijlage: voor deze uitspraak belangrijke wet- en regelgeving
(…)
2. Het is verboden zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied.
Voor een plan als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, of een project als bedoeld in artikel 2.7, tweede lid, maakt het bestuursorgaan, onderscheidenlijk de aanvrager van de vergunning, een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied.