De werknemer was sinds november 2022 ziek gemeld en heeft in augustus 2024 een WIA-uitkering aangevraagd. Het UWV legde aan de werkgever een loonsanctie op wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen in het tweede spoor. De werkgever stelde dat zij voldoende inspanningen had geleverd, ondanks beperkte passende functies door de belastbaarheid en taal- en PC-vaardigheden van de werknemer.
De rechtbank oordeelt dat de werkgever terecht heeft gesteld dat er slechts 18 passende functies beschikbaar waren waarop de werknemer heeft gesolliciteerd. Hoewel ook op minder passende functies werd gesolliciteerd, is niet gebleken dat hierdoor re-integratiekansen zijn gemist. Het toekennen van een IVA-uitkering aan de werknemer ondersteunt dit standpunt.
De rechtbank concludeert dat de loonsanctie niet in stand kan blijven en vernietigt het bestreden besluit. De werkgever krijgt het betaalde griffierecht terug en er zijn geen proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Brabant op 8 juni 2026.