ECLI:NL:RBONE:2013:BZ1601
Rechtbank Oost-Nederland
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.W. van de Sande
- M.C.G.J. van Well
- N. Djebali
- Rechtspraak.nl
Redelijke termijn overschreden bij navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen
Verweerder legde aan eiser navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (IB/PVV) op voor de jaren 2003 en 2004, inclusief boetes en heffingsrente. Eiser stelde bezwaar en beroep in tegen deze aanslagen. De rechtbank behandelde de zaken samen met eerdere procedures over navorderingsaanslagen uit eerdere jaren die betrekking hadden op dezelfde buitenlandse bankrekening.
De rechtbank constateerde dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden vanwege de complexiteit van de zaken en de proceshouding van eiser. Dit leidde tot een matiging van de boetes met 10% en een immateriële schadevergoeding van €1.000 voor de overschrijding van de redelijke termijn.
Daarnaast werden de proceskosten van eiser tot een bedrag van €1.179 toegewezen en het betaalde griffierecht van €42 werd vergoed. De rechtbank oordeelde dat de redelijke termijn verlengd kon worden vanwege de samenhang met eerdere procedures, maar dat de overschrijding toch significant was en tot vergoeding moest leiden.
De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Oost-Nederland te Arnhem op 21 februari 2013. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank matigt de boetes wegens overschrijding van de redelijke termijn en kent een immateriële schadevergoeding van €1.000 toe.