Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De vordering van de officier van justitie
4.De voorvragen
feit 1primair en subsidiair partieel nietig is voor wat betreft de term ‘ondermeer’. Door het gebruik van deze term is, afgezien van de nader omschreven oplichtingsmiddelen, niet meer duidelijk waartegen verdachte zich moet verdedigen.
feit 3primair en subsidiair ten laste gelegde is naar het oordeel van de rechtbank partieel nietig voor wat betreft onderdeel B. Dit onderdeel betreft telkens valse of vervalste boekingen in de grootboekrekening van Apex, als gevolg waarvan de bedrijfsadministratie van Apex valselijk zou zijn opgemaakt. Nu niet is aangegeven waar de onderliggende grootboekkaarten in het dossier zijn opgenomen en de rechtbank deze ook niet in het dossier heeft aangetroffen is de tenlastelegging op dit onderdeel telkens onvoldoende duidelijk.
feit 4onder D wordt verworpen. De rechtbank is van oordeel dat de tenlastelegging op dit onderdeel, bezien in samenhang met de inhoud van het complete dossier, een voldoende duidelijke opgave van de feiten behelst.
5.De beoordeling van het bewijs
De algemene kosten hebben betrekking op de exploitatie van VSF en V.S.M.B. Hieronder vallen kosten als: salarissen, managementvergoeding, kosten van ING-bank. de bewaarder, etc... Om deze kosten te betalen wordt er maandelijks 0,2% van het netto belegd vermogen door V.S.M. aan Apex/V.S.F. betaald. (exclusief het belegd hypothecair vermogen)”.
,[verdachte 5], directeur vastgoed; verdachte, directeur ontwikkeling;
"Inclusief managementondersteuning door [verdachte 3] en [verdachte 1] € 43.900 per maand exclusief BTW.”Vervolgens factureert OMG kosten aan Apex en later rechtstreeks aan VSM.
inclusief managementondersteuning door [verdachte 3] en
“Het is aperte flauwekul dat in de periode na dat ik de opdracht verkreeg door de heren [verdachte 3] en [verdachte 1] nog aan “productontwikkeling, verkoopactiviteiten, intermediair bezoek en klantbezoek, communicatievraagstukken en juridische ondersteuning" zou zijn gedaan.”
"fee periode 7". [verdachte 1] en zijn toenmalige vriendin [naam 4] ontvangen een totaal bedrag van € 168.500,-- onder dezelfde omschrijving
"fee periode 7".
dat het enkele voorhanden hebbendoor de verdachte van een voorwerp dat afkomstig is uit een door hemzelf begaan misdrijf niet kan hebben bijgedragen aan het verbergen of verhullen van de criminele herkomst van dat voorwerp, die gedraging niet als (schuld)witwassen kan worden gekwalificeerd [4] .
6.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De op te leggen straf of maatregel
9.De schade van benadeelden
10.De toegepaste wettelijke voorschriften
11.De beslissing
- verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 1 primair en feit 1 subsidiair partieel nietig voor wat betreft de term ‘ondermeer’;
- verklaart de dagvaarding ten aanzien van feit 3 primair en feit 3 subsidiair partieel nietig voor wat betreft onderdeel B;
ontvankelijkheid
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 5 subsidiair: valsheid in geschrift;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat het voorwaardelijke deel van de straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- bepaalt dat de tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat de benadeelde partij Stichting Belangen Obligatiehouders VSM, gezeteld te Nijmegen, niet-ontvankelijk is in haar vordering tot veroordeling van verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten van rechtsbijstand en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij BV, gevestigd te 1077 XX Amsterdam, Strawinskylaan 485, niet-ontvankelijk is in haar vordering tot veroordeling van verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten van rechtsbijstand en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij Vastgoed Solide Maatschappij Beleggingen BV, gevestigd te 1077 XX Amsterdam, Strawinskylaan 485, niet-ontvankelijk is in haar vordering tot veroordeling van verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten van rechtsbijstand en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij Vastgoed Solide Fondsen BV, gevestigd te 1077 XX Amsterdam, Strawinskylaan 485, niet-ontvankelijk is in haar vordering en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering tot veroordeling van verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten van rechtsbijstand bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
- bepaalt dat de benadeelde partij Bewaarder Vastgoed Solide Maatschappij BV, gevestigd te 1077 XX Amsterdam, Strawinskylaan 485, niet-ontvankelijk is in haar vordering tot veroordeling van verdachte in de door de benadeelde partij gemaakte kosten van rechtsbijstand en bepaalt dat de benadeelde partij de vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.