ECLI:NL:RBOVE:2015:4761
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen invordering dwangsom wegens permanente bewoning recreatieverblijf
Eiser maakte bezwaar tegen de invordering van dwangsommen die waren opgelegd vanwege het permanent bewonen van een recreatieverblijf in strijd met het bestemmingsplan. Verweerder had een last onder dwangsom opgelegd met een termijn van 52 weken om de permanente bewoning te staken. Na het verstrijken van deze termijn constateerde de toezichthouder dat niet aan de last was voldaan, waarna dwangsommen werden verbeurd en ingevorderd.
Eiser voerde aan dat geen aanmaning was verstuurd, dat het doel van het dwangsombesluit inmiddels was bereikt doordat hij een andere woning had betrokken, en dat de hoogte van de dwangsommen niet conform het beleidsplan was vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat de bevoegdheid tot invordering niet was verjaard omdat een aanmaning was verzonden die de verjaring had gestuit. De hoogte van de dwangsommen kon niet meer worden betwist in deze procedure omdat dit in een eerdere fase had moeten gebeuren.
Verder stelde de rechtbank dat het belang van invordering zwaarwegend is en dat het enkele feit dat aan de last is voldaan onvoldoende is om af te zien van invordering. De stelling van eiser dat verweerder zonder waarschuwing tot invordering was overgegaan, bood geen grond om van invordering af te zien. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot invordering van dwangsommen wegens permanente bewoning van een recreatieverblijf is ongegrond verklaard.