Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] , België,
ASITO LIMBURG ZUID B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Almelo,
Rechtbank Overijssel
Eiseres, werkzaam als schoonmaakmedewerker, vordert betaling van achterstallig loon en vakantiegeld sinds 25 april 2016 nadat gedaagde de loonbetaling had stopgezet wegens vermeende niet-naleving van re-integratieverplichtingen.
De werkgever stelde dat loonstop gerechtvaardigd was op basis van het oordeel van bedrijfsarts en verzekeringsarts en dat de loonstop was aangekondigd via een brief waarin relevante wetsartikelen werden genoemd. Eiseres betwistte dat zij niet aan haar re-integratieverplichtingen had voldaan en stelde dat zij onvoldoende en niet tijdig was gewaarschuwd over de loonstop.
De kantonrechter oordeelde dat de brief van 20 april 2016 onvoldoende was omdat daarin niet expliciet werd gewaarschuwd dat loon zou worden stopgezet bij niet-naleving van re-integratieverplichtingen. Ook ontbrak een onverwijlde waarschuwing zoals voorgeschreven in artikel 7:629 lid 7 BW Pro. Hierdoor kon de werkgever geen beroep doen op opschorting van loon. Het verweer dat eiseres onvoldoende had meegewerkt bleef onbesproken. De loonvordering werd daarom toegewezen, inclusief wettelijke verhoging en rente, en gedaagde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De loonvordering wordt toegewezen wegens onvoldoende waarschuwing voor loonstop door werkgever.