Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
ALPINE ISOLATIE BV,
gevestigd en kantoorhoudende te Rijssen,
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad op 1 juni 2015 in dienst bij de werkgever met een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 30 november 2015. De werknemer verzocht de werkgever te veroordelen tot betaling van een vergoeding wegens het niet tijdig nakomen van de aanzegverplichting zoals bedoeld in artikel 7:668 lid 1 BW Pro. De werkgever stelde dat zij tijdig had laten weten de overeenkomst te willen verlengen, maar dat de werknemer zelf op 4 november 2015 telefonisch ontslag had genomen.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever niet tijdig schriftelijk had geïnformeerd over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, waardoor de aanzegverplichting niet was nagekomen. Echter, omdat de werknemer zelf ontslag had genomen en daarmee duidelijkheid verschaft had over het einde van de overeenkomst, was de werkgever na 4 november 2015 niet meer verplicht tot schriftelijke aanzegging.
De vergoeding werd daarom naar rato toegekend, berekend over de periode van 1 tot en met 4 november 2015. De kantonrechter wees het verzoek om een hoger uurloon af, omdat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij in een hogere salarisschaal hoorde. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van € 296,01 aan aanzegvergoeding en € 44,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, met ieder partij de eigen proceskosten.
Deze uitspraak benadrukt het belang van de schriftelijke aanzegverplichting van de werkgever bij tijdelijke contracten, ook als de werknemer zelf ontslag neemt, maar beperkt de vergoeding tot de periode waarin de werkgever daadwerkelijk tekortschiet.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van een vergoeding van € 296,01 wegens niet-nakomen aanzegverplichting over vier dagen.