Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
[gedaagde 3],
1.De procedure
- de dagvaarding met 15 producties
- de mondelinge behandeling.
2.De feiten
- “Mijn vrouw geniet ook ZIN”
- “Mijn vrouw geniet geen salaris”.
3.Het geschil
4.De beoordeling
kanleiden tot opheffing van het beslag, doch het gaat te ver om, ook al heeft [gedaagde 4] een onjuiste beslagvrije voet vastgesteld en enige tijd gehanteerd, tot misbruik van recht te oordelen met opheffing van het beslag als sanctie. Hierbij is in aanmerking genomen dat de omstreden halvering door [Gedaagden 1 en 2] is teruggedraaid. Deze vorderingen zullen derhalve worden afgewezen. Vordering III treft hetzelfde lot, aangezien deze vordering met het gestelde beloop van “al hetgeen (..) is geïncasseerd” te onbepaald is.
816,00