Uitspraak
Rechtbank Overijssel
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
het bedrijf neemt alle maatregelen die nodig zijn
Rechtbank Overijssel
In deze strafzaak stond het chemiebedrijf in Delden en haar leidinggevende terecht wegens het niet treffen van voldoende maatregelen ter voorkoming van zware ongevallen volgens het Besluit risico's zware ongevallen 1999 (Brzo 1999).
De tenlastelegging betrof het ontbreken van volledige veiligheidsstudies voor circa 75% van de installaties en het niet adequaat beheersen van risico's, waaronder het explosief ontleden van ethyleenoxide. De verdediging voerde aan dat veiligheidsstudies geen maatregel in de zin van het Brzo zijn en dat het bedrijf juist in overleg met inspectie en bevoegde instanties handelde.
De rechtbank oordeelde dat het bedrijf wel degelijk veiligheidsstudies en een veiligheidsbeheerssysteem had ingevoerd en dat deze door de bevoegde instanties waren goedgekeurd. Er was geen exploitatieverbod opgelegd en het bedrijf had na een incident in december 2013 passende maatregelen genomen. De rechtbank vond onvoldoende bewijs voor de overtredingen en sprak het bedrijf en de leidinggevende vrij.
De uitspraak benadrukt het belang van overleg met toezichthouders en de rol van veiligheidsrapporten en procedures binnen het Brzo 1999. De rechtbank verwierp ook het nietigheidsverweer en het beroep op schending van het gelijkheidsbeginsel door het Openbaar Ministerie.
Uitkomst: De rechtbank sprak het chemiebedrijf en haar leidinggevende vrij van overtreding van veiligheidsvoorschriften Brzo 1999 wegens onvoldoende bewijs.