Uitspraak
2.3.is overwogen acht het hof eveneens onvoldoende duidelijk op welke vloeistoffen de steller van de tenlastelegging het oog heeft gehad met het onderdeel 'en/of andere vloeistoffen' achter het eerste gedachtestreepje van het onder 2. ten laste gelegde, achter het tweede gedachtestreepje van het onder 3. ten laste gelegde en achter het tweede gedachtestreepje van het onder 4. onderdeel A ten laste gelegde. Het hof merkt daarbij op dat onder 'en/of andere vloeistoffen' in het onder 2. en 3. ten laste gelegde kennelijk niet wordt verstaan het verpompen van xyleen om de membraanpomp te spoelen/schoon te maken, nu dit spoelen/schoonmaken in het onder 4. ten laste gelegde is vermeld als een afzonderlijke gedraging. Nu de tenlastelegging voor wat betreft de onderdelen 'en/of andere vloeistoffen' niet voldoet aan het bepaalde in art. 261 Sv Pro zal deze in zoverre nietig worden verklaard.
5 Ten aanzien van het ten laste gelegde onder 4., onderdeel A
1.2.
NJ2013, 109, r.o. 2.4).
5 januari 2011 was hij werkzaam ten behoeve van de rechtspersoon: hij had de opdracht om harsproducten te verpompen met de membraanpomp.
- Het geclassificeerde product is niet langer dan 48 uur opgeslagen in de gereed producthal;
- Er mag maximaal 25 ton aan geclassificeerd product tijdelijk worden opgeslagen in de gereed producthal. Hiervan mag slechts 2 ton bestaan uit ADR-klasse 3 stoffen. De opslag van geclassificeerde stoffen vindt plaats in een gemarkeerd gedeelte van de gereed producthal op een afstand van 2 meter van overige goederen.
buiten werktijdop het buitenterrein stonden.
na werktijdaanwezige stoffen. Gezien het belang van deze brandweerlijsten – het betreft immers een BRZO-bedrijf – gaat het hof ervan uit dat de door [KAM-coördinator bij Chemie-Pack] in de lijsten opgenomen gegevens over de op het bedrijf aanwezige stoffen, de hoeveelheden daarvan en de locatie waar deze stoffen waren opgeslagen, in de kern correct waren.
etc.' kan, gelet op de in de vergunning en in de aanvraag opgenomen aanduiding van de locaties waar opslag van gevaarlijke stoffen diende plaats te vinden en de veiligheidseisen die daaraan werden gesteld, in redelijkheid niet zodanig worden uitgelegd dat op het buitenterrein ook gevaarlijke stoffen mochten worden opgeslagen.
voor dit doelin de vloeistofruimte drie
mengtanks (cursief door hof) bevinden. Nu voorts in de aanvraag om vergunning of in de vergunning zelf geen andere werkprocessen ten aanzien van mengen en oplossen worden beschreven, komt het hof tot het oordeel dat ook in het geval van het samenbrengen van de vloeistof tolueen met het (zich reeds in de IBC's bevindende) poeder ferroceen, bewezen kan worden dat er sprake is van mengen in IBC's zoals ten laste is gelegd.
opslaanvan xyleen op de bedoelde locatie onvoldoende bewijs voorhanden is.
1.Inleidende overwegingen
2.Ten aanzien van het onder 2. en 3. ten laste gelegde
lossenvan kunstharsproducten en ureumoplossingen op de aansluiting met lekbakvoorziening op het buitenterrein en niet op het verpakken / ompakken of mengen. Nog daargelaten dat in overweging 10.2 niet wordt gesproken van een pomp maar slechts van een aansluiting, bevat die overweging, anders dan door de verdediging wordt gesteld, geen vergunde activiteit. Ook kan de overweging niet worden aangemerkt als een voorschrift behorende bij een vergunde handeling. Het is een onderdeel van de 19 overwegingen die ten grondslag zijn gelegd aan het verlenen van de lozingsvergunning en geeft slechts aan welke maatregelen ten aanzien van het lossen van kunstharsproducten Chemie-Pack kennelijk heeft getroffen om de hoeveelheid verontreiniging van het afvalwater zo veel als mogelijk te beperken. De vergunning bevat geen voorschriften die zien op het vergund zijn van de membraanpomp.
als zodanigin de (aanvraag om) vergunning te zijn omschreven en kan het vergund zijn niet worden ontleend aan een algemene taakomschrijving van het bedrijf.
3.Ten aanzien van het onder 4., aanhef en onderdeel A ten laste gelegde
3.5.
1.Ten aanzien van het onder 4. bewezen verklaarde
3.Het bewezen verklaarde levert op:
verontschuldigbareonbewustheid.
2.Ten aanzien van het onder 4. bewezen verklaarde
gevangenisstrafvoor de duur van
4 (vier) maanden.
taakstrafvoor de duur van
162 (honderdtweeënzestig) uren, indien niet naar behoren verricht te vervangen door
81 (eenentachtig) dagen hechtenis.