Werknemer was sinds 1985 in dienst bij werkgever en werkte als productiemedewerker. Na herhaaldelijke problemen met functioneren en zorgen over zijn geestelijke gesteldheid, nam werknemer op 23 mei 2017 plotseling ontslag in een emotionele uitbarsting. Werkgever vroeg meerdere keren telefonisch bevestiging van het ontslag, waarop werknemer bleef vasthouden aan zijn beslissing.
De werknemer betwistte echter dat hij daadwerkelijk de intentie had om zijn dienstverband te beëindigen en stelde dat het ontslag in een opwelling en onder hevige emoties was genomen. De werkgever had volgens werknemer een onderzoeksplicht om na te gaan of het ontslag overeenkwam met zijn wil, mede gelet op eerdere zorgen over zijn cognitieve functioneren.
De kantonrechter oordeelde dat werkgever niet voldoende aan deze onderzoeksplicht had voldaan omdat alle contacten op één dag plaatsvonden terwijl werknemer emotioneel van slag was. Bovendien was er een medisch rapport dat beperkte cognitieve stoornissen vermoedde. Daarom mocht werkgever niet zonder meer vertrouwen op de ontslagverklaring. De loonvordering van werknemer werd toegewezen, met een beperking tot het loonpercentage bij ziekte, en de kosten werden gecompenseerd.