Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
HET VRIESHUIS B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Vriezenveen,
Rechtbank Overijssel
De werknemer trad op 27 september 2016 in dienst bij Het Vrieshuis voor bepaalde tijd tot 30 september 2017. Hij vorderde een aanzegvergoeding wegens het niet tijdig informeren over het al dan niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst, zoals vereist in artikel 7:668 lid 1 BW Pro. De werkgever informeerde de werknemer pas op de laatste dag van de arbeidsovereenkomst schriftelijk over het niet voortzetten.
De werkgever stelde dat het beroep op de aanzegvergoeding onaanvaardbaar was op grond van redelijkheid en billijkheid, omdat partijen al eerder overleg hadden over beëindiging en de werknemer geen onzekerheid kon hebben gehad over het einde van de arbeidsovereenkomst. De kantonrechter oordeelde dat de werkgever met een e-mail van 21 maart 2017 voldoende duidelijkheid had verschaft over het niet voortzetten.
De kantonrechter concludeerde dat het beroep op de aanzegvergoeding onaanvaardbaar was en wees het verzoek af. De werknemer werd veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €400. De beslissing werd op 19 januari 2018 uitgesproken door kantonrechter G. van Eerden.
Uitkomst: Het verzoek tot betaling van de aanzegvergoeding wordt afgewezen wegens onaanvaardbaarheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid.