ECLI:NL:RBOVE:2019:5177
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak vrouw van mensenhandel wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 34-jarige vrouw die werd verdacht van mensenhandel met betrekking tot vrouwen van Roemeense en Poolse afkomst in de periode tussen januari en december 2014. De tenlastelegging omvatte onder meer werving, vervoer, huisvesting, dwang en uitbuiting met het oog op seksuele arbeid.
Tijdens meerdere openbare terechtzittingen heeft de rechtbank kennisgenomen van de vorderingen van de officier van justitie en de verdediging. De dagvaarding werd deels nietig verklaard voor zover deze betrekking had op andere vrouwen dan het specifieke slachtoffer. De rechtbank stelde vast dat de dagvaarding verder geldig was, de officier van justitie ontvankelijk was en dat er geen schorsingsgronden waren.
Na beoordeling van het bewijs concludeerde de rechtbank dat het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Daarom sprak zij de verdachte vrij van alle tenlasteleggingen. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer in Almelo op 1 maart 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mensenhandel wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.