ECLI:NL:RBOVE:2019:5179
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs mensenhandel ten aanzien van Roemeense vrouw
De rechtbank Overijssel behandelde de zaak tegen een 36-jarige verdachte die werd verdacht van mensenhandel met betrekking tot een Roemeense vrouw in de periode van 2011 tot 2014. De tenlastelegging omvatte onder meer het werven, vervoeren, huisvesten en dwingen van vrouwen met het oog op seksuele uitbuiting.
Tijdens meerdere zittingen tussen november 2015 en januari 2019 werd het bewijs onderzocht. De officier van justitie beperkte de vervolging uiteindelijk tot het slachtoffer van Roemeense afkomst, waarna de dagvaarding deels nietig werd verklaard voor andere vrouwen van Roemeense of Poolse afkomst.
De rechtbank oordeelde dat het ten laste gelegde niet wettig en overtuigend was bewezen. Hierdoor sprak zij de verdachte vrij van de tenlastelegging. De beslissing omvatte tevens de gedeeltelijke nietigheid van de dagvaarding. Het vonnis werd uitgesproken door een meervoudige kamer in Almelo op 1 maart 2019.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van mensenhandel.