De rechtbank Overijssel behandelde de zaak van een 59-jarige man die werd verdacht van verboden wapenbezit. In zijn woning werden twee geladen semi-automatische pistolen en een patroonmagazijn aangetroffen, waarvan één pistool in een nachtkastje naast het bed lag en de andere in een kledingkast. Daarnaast werd een derde patroonmagazijn in een jas aan de kapstok gevonden. De verdachte gaf een bekennende verklaring af over het bezit van de wapens.
De verdediging voerde aan dat de doorzoeking van de woning onrechtmatig was vanwege onvoldoende toetsbare informatie van een informant, en verzocht om bewijsuitsluiting. De rechtbank oordeelde echter dat de rechter-commissaris op redelijke gronden toestemming had gegeven voor de doorzoeking en dat er geen sprake was van een onherstelbaar vormverzuim.
De verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een traangasbusje dat in de kapsalon van zijn dochter op hetzelfde adres was aangetroffen, omdat onvoldoende bewijs bestond dat hij daarvan op de hoogte was. Voor het bezit van de vuurwapens en munitie werd hij schuldig bevonden.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de ernst van het feit, de aanwezigheid van de wapens binnen handbereik van kinderen, en het feit dat verdachte geen volledige openheid gaf over de herkomst van de wapens. De rechtbank legde een gevangenisstraf van twaalf maanden op, waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, om herhaling te voorkomen.