Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
B&L METALS B.V.,
Rechtbank Overijssel
De werknemer, sinds 2011 in dienst bij B&L Metals B.V. als productiemedewerker, liep op 28 mei 2020 handletsel op tijdens het knippen van een brandblusser met een mechanische schaar. De werkgever sprak daarop op 29 mei 2020 ontslag op staande voet uit wegens vermeend bewust roekeloos gedrag. De werknemer betwistte dit en stelde dat het knippen van brandblussers, mits niet onder druk, tot zijn werkzaamheden behoorde en dat hij niet gewaarschuwd was voor de risico's.
De rechtbank oordeelde dat het knippen van brandblussers risicovol is, maar dat dit niet per definitie buiten het takenpakket van de werknemer valt. Er was geen schriftelijke of ondubbelzinnige mondelinge waarschuwing door de werkgever. Ook was niet vastgesteld dat met het handelen van de werknemer collega's in gevaar werden gebracht. De voorbeelden van eerder vermeend roekeloos gedrag waren niet relevant voor het ontslag op staande voet.
De conclusie was dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet en dat het ontslag vernietigd moest worden. De arbeidsovereenkomst blijft van kracht en de werknemer dient te worden toegelaten tot zijn werkzaamheden, voor zover medisch mogelijk. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten en achterstallig loon. Een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het verzoek reeds inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werknemer wordt toegelaten tot zijn werkzaamheden, voor zover medisch mogelijk.