Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de meervoudige belastingkamer in het geschil tussen
[eiser]
gemachtigde: G. Gieben,
Rechtbank Overijssel
De huurder van een sociale huurwoning maakte bezwaar tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning, stellende dat deze te hoog was vastgesteld vanwege een te groot perceel, onjuiste waardering van bergingen en onvoldoende rekening met slechte luchtkwaliteit.
Verweerder stelde dat de huurder geen procesbelang had omdat een lagere WOZ-waarde geen invloed zou hebben op de daadwerkelijk te betalen huurprijs, aangezien deze onder de maximale huurprijsgrens lag. De rechtbank onderzocht het belang van de huurder en verwees naar jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De rechtbank oordeelde dat de ruime interpretatie van procesbelang voor eigenaren niet zonder meer geldt voor huurders van sociale huurwoningen. Omdat de huurder met een verlaging naar de door hem voorgestelde WOZ-waarde van €97.000,- niet in een gunstiger positie zou komen, ontbrak het aan procesbelang.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken. De uitspraak bevestigt dat in huurderszaken het belang bij WOZ-waarde verlaging zorgvuldig moet worden beoordeeld aan de hand van de feitelijke situatie.
Uitkomst: Het beroep van de huurder tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.