ECLI:NL:RBOVE:2020:710
Rechtbank Overijssel
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.F.M.J. Bouwman
- H.J.H. van Meegen
- W.F. Bijloo
- Rechtspraak.nl
Geen procesbelang voor huurder bij beroep tegen WOZ-beschikking sociale huurwoning
De zaak betreft een beroep van een huurder van een sociale huurwoning tegen de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning. De WOZ-waarde was vastgesteld op €113.000,-, terwijl eiseres een lagere waarde van €91.000,- vorderde. Verweerder stelde dat eiseres geen procesbelang had omdat de WOZ-waarde geen invloed had op de huurprijs die zij betaalde.
De rechtbank heeft overwogen dat de huurder wel belanghebbende is, maar dat het procesbelang ontbreekt indien een wijziging van de WOZ-waarde de huurder niet in een gunstiger positie brengt. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Hoge Raad en het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, maar wijkt af van het ruime belang dat het hof aan huurders toekent. De rechtbank stelt dat het belang van huurders bij WOZ-waarden beperkt is en alleen relevant is als de huurprijs op of nabij de maximale huurprijsgrens ligt.
In deze zaak ligt de huurprijs van eiseres ruim onder de maximale huurprijs, ook bij een lagere WOZ-waarde. Hierdoor kan een verlaging van de WOZ-waarde niet leiden tot een lagere huurprijs. Daarom heeft eiseres geen procesbelang bij het beroep tegen de WOZ-beschikking. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van de huurder tegen de WOZ-beschikking wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.