Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.[gedaagde 1] ,
[gedaagde 2],
de vennoten genoemd worden.
1.De procedure
- het tussenvonnis van 11 november 2020,
- de akte overlegging producties van de curator van 12 januari 2021,
- de akte overlegging producties van de vennoten van 20 januari 2021,
- de akte overlegging producties van de vennoten van 21 januari 2021,
- de pleitaantekeningen van mr. Brouwer van 1 februari 2021,
- de pleitaantekeningen van mr. De Haan van 1 februari 2021,
- de mondelinge behandeling gehouden op 1 februari 2021, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt,
- de akte van de curator van 16 februari 2021 met het verzoek om een termijn voor repliek, althans (subsidiair) tot het wijzen van vonnis,
- het verzoek van de vennoten van 16 februari 2021 tot het wijzen van vonnis.
3.De feiten
Conclusies
U heeft meer zorg gedeclareerd dan u heeft geleverd. Het gaat hierbij om 1870,04 uur waar u geen verantwoording over kunt afleggen. Wij gaan er dan ook vanuit dat u deze zorg niet geleverd heeft;
U heeft bij vijf verzekerden zorg gedeclareerd terwijl deze verzekerden zelf verklaren geen zorg te hebben ontvangen;
Uw administratie is niet eenduidig waardoor wij niet de rechtmatigheid van uw declaraties kunnen vaststellen;
U declareert in oktober en november voor iedere verzekerde naast Persoonlijke Verzorging ook Verpleging, terwijl er geen grondslag is om deze te declareren. Er is geen indicatiebesluit dat deze mate van zorg rechtvaardigt;
De indicatiebesluiten van de heer [C] per oktober 2018 zijn geen indicatiebesluiten volgens de normen zoals de V&VN deze stelt;
De zorg is in 90% van de declaraties geleverd door niet gekwalificeerd personeel, zoals gesteld in de verzekeringsvoorwaarden van Menzis.
9 juli 2019 waarin zij Samen14 bericht dat zij op advies van haar advocaat geen documenten met gegevens van cliënten per post of per mail zal sturen in verband met privacywetgeving. Samen14 stelt vast dat de vennootschap geen van de door Samen14 gevraagde gegevens heeft vertrekt en stelt de vennootschap in de gelegenheid om die gegevens alsnog binnen
5 werkdagen aan te leveren.
zij beschikt over voldoende gekwalificeerd personeel voor het leveren van goede zorg aan de cliënten;
de zorgplannen deugdelijk zijn;
zij een eigen kwaliteitsmanagementsysteem heeft;
zij financieel gezond is.
mr. M.M. Verhoeven tot rechter-commissaris.
e-mailbericht van 10 juli 2020 aan de curator het navolgende - voor zover relevant – gestuurd:
[gedaagde 1] : € 179.569 volgens de jaarrekening + stand FOR (Fiscale Oudedags Reserve) volgens de jaarrekening € 4.730 = € 184.299 negatief.
[gedaagde 2] : € 196.383 volgens de jaarrekening.
[gedaagde 1] : € 4.000 per maand van januari tot en met april. Totaal € 16.000.
[gedaagde 2] : € 4.000 per maand van januari tot en met april. Totaal € 16.000.
€ 14.396,80 +
€ 50.331,39 +
€ 146.443,84 +
mrs. Roozemond en De Haan de aansprakelijkstelling weersproken.
4.Het geschil
de vennoten op grond van het onder VIII. gevorderde dienen te betalen, groot
€ 345.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te betalen bedrag.
de vennoten in het jaar 2019 hebben bewerkstelligd dat de vennootschap onder firma CareFree Twente bedragen van in totaal € 32.000,00 aan de vennoten heeft uitbetaald, en voorts voor recht verklaart dat de vennoten uit dien hoofde gehouden zijn de schade die de gezamenlijke schuldeisers hierdoor hebben geleden, te vergoeden,
€ 239,00 met betekening van het ten deze te wijzen vonnis, het totale bedrag aan proceskosten vermeerderd met de in artikel 119 van Pro Boek 6 Burgerlijk Wetboek bedoelde wettelijke rente daarover vanaf 14 dagen na het wijzen van het vonnis indien en voor zover deze niet binnen de termijn zijn voldaan.
artikel 33 Wetboek Pro van Koophandel (WvK) en jurisprudentie van de Hoge Raad bieden daarvoor een voldoende grondslag. Voor de vorderingen onder VII. tot en met IX. stelt de curator dat de venoten onrechtmatig hebben gehandeld, in de zin van onbehoorlijk bestuur, door - kort gezegd - enerzijds in strijd te handelen met de administratieplicht als bedoeld in artikel 3:15i BW en anderzijds verwijtbaar te hebben gehandeld jegens de vennootschap, althans de gemeenschappelijke crediteuren, althans de curator, nu de vennoten verwijtbaar hebben gehandeld richting Menzis en Samen14 op basis waarvan laatstgenoemden terugvorderingsbesluiten hebben genomen en waardoor de vennootschap geen inkomsten meer ontving.
De vennoten hadden de gehele administratie uitbesteed. De vennoten zijn het niet eens met de stelling van de curator dat uitgaven niet zijn verantwoord, dan wel dat die uitgaven niet zakelijk zouden zijn. De vennootschap deed ook boodschappen ten behoeve van cliënten en die uitgaven zijn dus zakelijk. De vennoten betwisten dat de zorgadministratie onvolledig is en voeren daartoe aan dat zij de curator hebben verzocht door te geven welke informatie ontbreekt, opdat zij deze kunnen aanleveren. De curator heeft nagelaten op dit verzoek te reageren.
5.De beoordeling
‘boeken en bescheiden waarin aantekening is gehouden, de balansen, verlies- en winstrekening, grootboekkaarten, kasstroomoverzichten en brieven waaruit de vermogenspositie volgt. De aard en omvang van de onderneming zijn mede bepalend voor de vraag aan welke eisen een administratie moet voldoen. Naarmate de onderneming groter wordt mogen er aan de administratie hogere eisen worden gesteld’. [18]
18 december 2019; nota bene 12 maanden nadat de vennootschap haar grootste bron van inkomsten ziet wegvallen. Desgevraagd waarom de vennoten bijvoorbeeld geen kort geding zijn begonnen, hebben zij (bij monde van hun advocaat) tijdens de mondelinge behandeling geantwoord, dat zij verwachtten dat alles goed zou komen. Waarop die verwachting is/was gebaseerd, is de rechtbank niet gebleken. Het had op de weg van de vennoten gelegen om zich met hand en tand te verzetten tegen een - in hun ogen oneerlijke en onterechte - conclusie van Menzis. Door dat niet te doen en door alles op basis van een optimistische verwachting op z’n beloop te laten, hebben de vennoten de vennootschap haar voornaamste inkomstenbron ontnomen. Weliswaar hebben de vennoten gesteld de zorg in 2019 alsnog te hebben verleend omdat zij hun cliënten niet in de kou konden laten staan, maar ook de vennootschap had die zorg nodig gehad. Door in het geheel niet op te treden tegen (de opschortingsbeslissing en de conclusie van) Menzis, terwijl de vennoten er stellig van zijn overtuigd dat de verzekeringsvoorwaarden een vergoeding voor verleende zorg door lager dan niveau 3 gekwalificeerde personeelsleden meebrengen en Menzis de vennootschap per saldo nog een aanzienlijk bedrag is verschuldigd, hebben de vennoten laten gebeuren dat de inkomsten wegvloeiden en de vennootschap failleerde.
€ 345.000,00 acht de rechtbank echter vooralsnog te hoog en zij zal het voorschot in redelijkheid bepalen op een bedrag van € 150.000,00.
- verschotten € 1.385,25
- griffierecht 304,00
- salaris advocaat
6.428,00 +(2,0 punten × tarief € 3.214,00)
De vennoten zijn echter pas wettelijke rente verschuldigd over de proceskosten vanaf de datum van verzuim. De rechtbank zal daarom een termijn van 14 dagen na betekening van het vonnis bepalen voor betaling van de proceskosten en beslissen dat de wettelijke rente over de proceskosten pas is verschuldigd wanneer betaling binnen deze termijn uitblijft.
6.De beslissing
17 september 2020 tot en met de dag van volledige betaling,
17 september 2020 tot en met de dag van volledige betaling,
€ 150.000,00,