ECLI:NL:HR:2011:BN7887
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van opzegging kredietovereenkomst en bevoegdheid curator in faillissement Amlin Holding B.V.
De zaak betreft een geschil tussen de curator in het faillissement van Amlin Holding B.V. en de Rabobank Eindhoven over de opzegging van een kredietovereenkomst en de gevolgen daarvan voor zekerheden en vorderingen. De bank had de kredietovereenkomst formeel opgezegd, maar deze opzegging niet geëffectueerd, mede door verlenging van borgstellingen en het stellen van aanvullende zekerheden.
De curator stelde dat de bank onrechtmatig had gehandeld door Amlin na de opzegging in staat te stellen schulden te blijven maken en door een betaling te verrekenen die niet aan de bank verpand was. De rechtbank wees de vorderingen grotendeels toe, maar het hof vernietigde deze uitspraken en wees de vorderingen af. Het hof oordeelde dat de bank bevoegd was om zekerheden te bedingen en dat geen sprake was van benadeling van de gezamenlijke schuldeisers.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep van de curator. De bank mocht het openstaande krediet verrekenen met de betaling van de verkoopopbrengst van het bedrijfspand, en de curator was niet bevoegd om namens een selecte groep schuldeisers op te treden. Ook werd bevestigd dat het stille pandrecht van de bank niet tenietging door de betaling aan de notaris.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de bank de kredietovereenkomst niet heeft geëffectueerd en bevoegd was tot verrekening; de curator is niet bevoegd namens een selecte groep schuldeisers op te treden.