Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
1.Het onderzoek op de terechtzitting
2.De tenlastelegging
ten gevolge waarvan die [slachtoffer] (kort daarop) is overleden;
terwijl het feit (kort daarop) de dood voor die [slachtoffer] ten gevolge heeft gehad;
3.De voorvragen
4.De bewijsoverwegingen
hij haalt helemaal geen adem meer. Hij lag op zijn buik in zijn bedje en er komt geen geluid uit, niks meer. Hij is helemaal, helemaal slap(…)
maar maak haast hij is helemaal slap en ik weet niet wat ik moet”. [2]
Hij lag op de buik en ik loop naar de kamer, ik was [zoon] aan het afdrogen alleen en in die tussentijd…want ik heb de fles, alles staat boven, want ik wou hem net de fles gaan geven”. [3]
Hij doet het niet meer, hij doet raar”. [moeder] zei dat verdachte 112 moest bellen. [37] Nadat hij [moeder] had gebeld hoorde verdachte een hoge toon (een eng piepend geluid) alsof [slachtoffer] hard inademde. Verdachte dacht toen dat [slachtoffer] het weer deed. [38] [slachtoffer] haalde daarna echter geen adem meer en bleef slap. Hierdoor raakte verdachte nog meer in paniek en hij wist niet meer wat hij moest doen. Hij pakte [slachtoffer] toen onder zijn oksels vast, tilde hem op en schudde hem toen een keer of drie of vier stevig heen en weer en riep daarbij “ [slachtoffer] word wakker”. [39]
Ik deed het vrij snel omdat ik volledig in paniek was (…) Zijn lichaam was helemaal slap en ik zag dat alles heen en weer bewoog. Zijn benen en zijn armen en hoofd gingen mee met de bewegingen, dit omdat [slachtoffer] slap was (…) Ik duwde met kracht [slachtoffer] van mij af, en dan ongeveer mijn armlengte, en dan met kracht weer richting mijn borst, En dat dan een keer of drie vier”. [40]
Er waren radiologisch, bij sectie en neuropathologisch onderzoek (…) bevindingen van bij leven doorgemaakt ernstig recent hoofdtrauma. Er was een recent voor overlijden opgetreden bloeduitstorting onder het harde hersenvlies (subduraal), onder de zachte hersenvliezen (subarachnoidaal) en bloed in de hersenkamer (4de ventrikel).
Hygroom/herbloeding
Het verschijnen en de lokalisatie van alle verse intracraniale bloedingen (…) in verband met de andere waarnemingen (cerebrale kneuzing van de rechter pariëtale kwab, traumatische axonale schade) bevestigen dat ze van traumatische oorsprong zijn”. [46] [47]
Ook de aanwezigheid van bloedingen op het netvlies en de oogzenuwen zou niet worden verklaard door een dergelijke nieuwe bloeding onder het harde hersenvlies. Met name de bloedingen aan de oogzenuwen en het netvlies tonen aan dat hier een acuut heftig gebruik van geweld vooraf moet zijn gegaan aan het overlijden”. [49]
Wiegendood
Een plausibele verklaring kan zijn dat [slachtoffer] in de neonatale periode een subduraal hematoom heeft opgelopen, die heeft geresulteerd in een chronische subdurale bloeding en dat er op 9 februari 2018 wiegendood is opgetreden met een diffuse intravasale stolling aanleiding gevend tot verse bloedingen intracranieel een ook retinale bloedingen. Diffuse intravasale stolling kan leiden tot ernstige bloedingen door consumptie (en daardoor een depletie) van bloedplaatjes en stollingsfactoren”. [50]
Uit de beschikbare documenten komen geen aanwijzingen naar voren dat [slachtoffer] een ziekte had, die het ontstaan van de vastgestelde subdurale hematomen en retinale splinterbloedingen zouden kunnen bevorderen. In het bijzonder waren er geen aanwijzingen voor stofwisselingsziektes (…)”. [53]
In de ons toegezonden documenten was geen sprake van bevindingen van stollingsstoornissen. Daarom is de vraag of in onze optiek puur hypothetisch”. [54]
Bij de meeste patiënten doen de verschijnselen zich zeer snel na het trauma voor. Uit een onderzoek (…) bleek dat vrijwel elk kind direct na het trauma klinische verschijnselen vertoonde. Volgens Harry F. Krous vertonen kinderen die te maken hebben met levensbedreigend toegebracht letsel, zeer snel, zo niet onmiddellijk, na craniocerebraal trauma neurologische achteruitgang en verlies van bewustzijn”. [56]
alles heeft gedaan om het leven in het jongetje weer terug te vinden”.
Maar, kijk, ik heb, toen ik hem vond, ja, toen heb ik gewreven. Ik heb met ‘m op z’n ruggetje geklopt. Ja. Ik heb, ik heb wel...ja, en ik heb ook met hem geschud. Snap je? Ja, om een teken van leven te krijgen in dat jongetje. Maar ja, dat blijkt dus, door, ja, vanuit dat schudden, dat er dus een of andere bloeding in de, in de hersenen is ontstaan. (…) Maar weet je? Jij weet zelf; ik ben niet breed, ik ben niet groot of zo. Maar ik ben wel focking lomp sterk. En dat is gewoon mijn nadeel ook.’ [66] Verdachte zegt dat hij op het werk wel met betonwanden werkt en zijn eigen krachten niet kent.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn.
6.De strafbaarheid van verdachte
7.De op te leggen straf of maatregel
8.De schade van benadeelden
9.De toegepaste wettelijke voorschriften
10.De beslissing
gevangenisstrafvoor de duur van
7 (zeven) maanden;
maatregelop dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot
betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 436,27,te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2020ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 8 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;