Eisers ontvingen vanaf 2007 een bijstandsuitkering en werden onderzocht door verweerder vanwege vermoedens van niet gemelde inkomsten. Uit bankafschriften en casinobezoeken bleek dat eiser frequent gokte en aanzienlijke bedragen opnam en stortte, zonder dit te melden. Verweerder trok de bijstand in en vorderde terugbetaling van ten onrechte ontvangen uitkeringen.
Eisers betwistten het gokgedrag en stelden dat het casino alleen voor de gezelligheid werd bezocht, maar erkenden tijdens het onderzoek dat er wel gegokt was. De rechtbank oordeelde dat verweerder voldoende aannemelijk had gemaakt dat er sprake was van gokactiviteiten en dat eisers hun inlichtingenplicht hadden geschonden door dit niet te melden.
De rechtbank vond dat het casino niet enkel voor gezelligheid werd bezocht en dat de niet-gemelde gokopbrengsten het recht op bijstand beïnvloeden. De intrekking en terugvordering werden daarom gehandhaafd. Een bezwaar tegen het niet melden van een verblijf in het buitenland werd niet ontvankelijk geacht vanwege onvoldoende motivering in het bestreden besluit.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. Eisers kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij de Centrale Raad van Beroep.