Uitspraak
RECHTBANK OVERIJSSEL
wonende te [woonplaats] ,
THEEHUIS DE KARMELIET B.V.,
gevestigd en kantoorhoudende te Zenderen,
1.De procedure
2.De feiten
Mogge…wil je contract morgen meenemen, kan [A] het maandag afwerken.”
En ben je er morgen? Neem ik m’n contract mee.”
Op 10 juni 2021 zijn wij met u een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd aangegaan voor de functie van kok, welke duurt tot 10 juni 2022.
Op 4 mei 2022 gaf u aan dat u mijn arbeidscontract wil beëindigen. Overigens heb ik het
U geeft in deze brief aan dat u onze brief van 4 mei 2022 niet heeft ontvangen waarin wij u mededelen dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tot 10-6-2022 niet wordt verlengd. De brief is aangetekend verstuurd en deze is volgens Post.nl aan de deur geweigerd. Hiervan hebben wij van Post.nl een bevestiging ontvangen.
Ja ging goed vandaag! Kom je nog wel weer terug voordat je weggaat?
dat zit wel in m’n planning. [B] zal wel niet geloven dat ik echt last van m’n schouder heb, maar het is m’n eer te na om niet gewoon uit te werken.”
3.Het geschil
4.De beoordeling
Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro
bepaalde tijdsprake zou zijn. Om die reden kan er dan ook geen billijke vergoeding worden toegekend, nu dit slechts subsidiair is verzocht, onder de voorwaarde dat sprake zou zijn van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. [verzoeker] heeft verder ook geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid van artikel 7:681 BW Pro om
in plaats vanvernietiging van de opzegging een billijke vergoeding te verzoeken, zodat ook in zoverre geen billijke vergoeding kan worden toegekend.